Reactie Techlink op consultatie VREG m.b.t. tariefmethodologie

Aanmelden

23/06/2020

1. Context


De VREG organiseerde in de herfst van 2019 een consultatie (Ref. 2019-02) over opties voor de tariefmethodologie voor kleine afnemers, waar Techlink op 16/10/2019 een reactie op heeft bezorgd. Het nu voorliggend voorstel komt in hoofdlijnen neer op het voorkeurscenario in de vorige consultatie.


Zoals toen reeds aangehaald is het ontwerp van een stabiele & toekomstbestendige tariefstructuur voor Techlink een belangrijke invalshoek.
Elke nieuwe tariefstructuur beïnvloedt immers de investeringsbereidheid in kleinschalige PV, warmtepompen, μWKK, elektrische voertuigen en/of vraagsturing en decentrale opslag.
Een stabiel regulatoir investeringsklimaat is van groot belang voor de verdere groei van duurzame energie in Vlaanderen en het bereiken van de 2030-2050 doelstellingen.


Dat er vandaag nog gedebatteerd wordt over een nieuwe tariefstructuur vanaf 2021 (= morgen!) verplicht Techlink haar vraag van oktober 2019 voor een stabiel investeringsklimaat te herhalen. Want het is algemeen bekend dat investeerders, en waarschijnlijk de residentiële nog meer dan B2B, afhaken wanneer dit kader constant wijzigt.
De burger overtuigen te ‘handelen’ richting 2030-2050 doelstellingen is op zich al een zeer grote communicatieve uitdaging. En wanneer de Vlaamse (en Waalse en Brusselse en Federale) regelgever dit niet doet in een consistent aangehouden richting, wordt deze uitdaging praktisch onmogelijk.
Is een hervorming van de tariefstructuur op dit moment dan ook nodig is om deze doelstellingen te bereiken?


Techlink vraagt dan ook nog steeds dat de VREG en de Vlaamse minister bevoegd voor energie zorgen voor meer coherentie en afstemming in het investeringskader voor decentrale energieproductie en vraagbeheer. Kortom, graag aandacht voor ‘Systeemdenken’.


Binnen datzelfde kader mag de “duurzame toekomst bestendigheids-toets” ook niet worden vergeten. In het Europees Clean Energy Package (CEP) leest Techlink met betrekking tot de tariefstructuur volgende zaken:

  • De tariefstructuur moet energie-efficiëntie bevorderen
  • De tariefstructuur moet hernieuwbare energie en decentrale productie bevorderen
  • De tariefstructuur mag flex niet verhinderen
  • Drempels voor net-aangesloten prosumenten dienen weggewerkt te worden


Capaciteitsgebaseerde tarieven lijken ons een extra hindernis om een grotere gelijktijdigheid tussen productie en afname aan te moedigen, zeker wanneer deze gelijktijdigheid lokale congestieproblemen kan oplossen. Daarnaast kan men moeilijk spreken van een positieve impact op energiebesparing, aangezien de €/kWh-prikkel in absolute termen vermindert.
De vergrotende impact van elektrificatie enerzijds en decentrale volatiele HE-productie anderzijds, beïnvloeden vanzelfsprekend wel het (distributie)net. Maar het is belangrijk om doel en middelen niet om te keren.


2. Bedenkingen Techlink


Optimale benutting?


De tariefmethodologie voor het distributienet dient zowel een economische als een technische insteek te hebben. Bij een gecombineerde techno-economische optimalisatie komt men volgens ons op een geheel andere oplossing uit dan enkel de economische (of enkel de technische).


De impact van de energietransitie (= het doel) op het distributienet (= het middel) zou automatisch moeten leiden tot de vraag/ambitie om het elektriciteitsnet maximaal te benutten (binnen zijn technische limieten). Deze vraag/ambitie is veel interessanter dan de boodschap “blijf binnen je capaciteit!”.


Om innovaties te stimuleren en actoren ertoe aan te zetten de bestaande distributienet- infrastructuur optimaal te gebruiken4, dienen de nettarieven gebaseerd te zijn op de (lokale) toestand van het net.
Deze benadering lijkt ons niet echt te futuristisch, aangezien enerzijds de DNB vandaag reeds over veel data met betrekking tot de lokale toestand van netwerkelementen beschikt en anderzijds Vlaanderen de uitrol van de digitale meter wil versnellen.
De huidige methode waarbij de VREG de budgetten voor de distributienetbeheerder vastlegt maakt het ons inziens evenwel moeilijk om een impuls in te bouwen die alternatieven (zie verder: ‘Toekomstbestendig?’) voor netinfrastructuur aanmoedigt


N >< N-1?


Slechts 30% van de distributienetten vertoont een piek tijdens de systeempiek. De gemiddelde overdimensionering van de lokale netten kent een factor 2,5 tot 6 en verder is het distributienet gebaseerd op het ‘robuste’ N-1 pricipe. In dat kader lijkt het ons nuttig om te vermelden dat de Cwape overweegt het principe in te voeren van een permanente capaciteit (@ x€/kVA) + een flexibele capaciteit (@ +/- 0€/kVA).


In ieder geval lijkt er zich geen acuut probleem te stellen. Er is dus nog wel wat tijd, aangezien de elektrificatie weliswaar een evolutie is, maar op heden geen revolutie.


Toekomstbestendig?


“Ik trek een hoge maandpiek op een zonnige zondagmiddag, in een wijk vol zonnepanelen, spijtig genoeg niet op onze appartementsblok. Waarom moet ik daar extra voor betalen?”.


Vraagsturing (‘Demand Side Management’) en opslag (elektrisch & thermisch, cfr. de debatten rond sectorkoppeling) worden niet betrokken in deze oefening.

Mogelijke afwegingen tussen flexibiliteit productie, flexibiliteit afname, opslag (ondersteunend!) en/of netversterking lijken ons ook niet aan de orde in deze tariefmethodologie.


Refererend naar de debatten rond LEC’s & CEC’s, lijkt ons een volgehouden focus op het individuele zelfverbruik achter de teller meer en meer achterhaald.


Naast de eerder vermelde communicatieve uitdaging (“hoe de burger overtuigen te handelen”), wil Techlink dus ook de uitdaging “Hoe aggregatoren faciliteren om de vraagsturing te ontsluiten?” toevoegen.


Injectietarief?


Een veralgemeende invoering van een injectietarief blijft Techlink onwenselijk vinden. Vooral omwille van de negatieve impact op het (decentrale productie) investeerdersvertrouwen.


Maar daarnaast ook omdat dit in feite neerkomt op ’2x betalen voor eenzelfde product’: eenmaal wanneer je de tolweg op komt en eenmaal wanneer je hem verlaat.